zondag 1 januari 2012
woensdag 14 december 2011
zondag 9 januari 2011
Alleen Gods wegen zijn ondoorgrondelijk
Waarde lezer, sta mij toe een overdreven vergelijking te maken: mijn hoofd was als een druk station dat ontruimd moest worden vanwege een bommelding op perron 5A. De politie, de brandweer en de landmacht moesten erbij komen om de onheilspellende koffer onschadelijk te maken: ik was Verliefd. En Verliefdheid is Taboe.
Wist je dat de mensheid guller schenkt aan een goed doel met een reclameposter waarop één vijfjarig derdewereldhummeltje op staat dan aan dat met een poster die een hele schoolklas herbergt? Dat komt omdat men zich beter kan inleven in de emoties van een enkel kind dan in die van een hele kudde. Van het inlevingsvermogen komt medeleven, van medeleven komt ellende. De mensheid eist vertrouwelijkheid, inspraak en een plaats in je persoonlijke ruimte. Een vinger in jouw pap. Ik ben geen derdewereldhummel, liefde en aandacht zijn voor mij niet weggelegd. Emoties zijn voor het plebs en ik kan prima zonder. Ik wil de eigenschap bezitten die alleen Gods wegen toebedeeld is: ondoorgrondelijkheid.
Mijn leven lang heb ik deze levensfilosofie in stand weten te houden en ook de houding van mijn medemens is onveranderd gebleken: men bekeek mij met een mengeling van argwaan en ontzag, een dodelijke combinatie die je tot eenzame hoogte vervloekt. Ik heb nooit hoogtevrees gehad. Minnaars en andere hulpelozen hebben geprobeerd mij op andere gedachten te brengen, maar hun pogingen waren niet anders dan een vruchteloos offensief tegen een onneembaar fort.
Mijn kokend vet bleek echter niet genoeg om jou buiten de deur te houden. Ben je gek geworden? Wat had je in mijn hoofd te zoeken? Het deed er eigenlijk ook niet toe. Zaak was je er weer uit te krijgen, want je had je met scherpe weerhaken achter mijn oren genesteld en leek niet van plan daar ooit nog weg te gaan. Deze situatie vroeg om een operatieve verwijdering.
Het begon vrij gemakkelijk. Zonder enige moeite gooide ik bioscoopkaartjes, kledingstukken, geleende cd's en adresgegevens op mijn imaginaire brandstapel. Hieropvolgend kwamen, met meer pijn in mijn hart, je cadeaus, de weinige foto's die ik bezat, je telefoonnummer. Ik schoonde met een verbeten gezicht mijn huis en hoofd op van jouw aanwezigheid, met op de achtergrond, roodgloeiend, het briefje dat je in mijn broekzak had gestopt vanochtend en dat de ondergang van mijn stoïcisme betekende. Ik trok mijn broek uit en zette de wasmachine aan.
Toen ik een uur later mijn hand in de rechterzak van mijn natte spijkerbroek stak voelde ik de viezige kruimels die overblijven als je een papiertje in je zak laat zitten bij het wassen. Ik peuterde de restanten uit de broekzak. De laatste pluisjes schudde ik uit in de tuin, mijn zak binnenstebuiten gekeerd. De tekst die ooit op het briefje had gestaan was volkomen onleesbaar. Mijn hard verpulverde zoals het papiertje: onherkenbaar gemuteerd lagen de snippers voor me op de grond en werden één voor één door de wind meegenomen, zodat ik nooit, nooit meer kon toegeven aan de menselijke kwetsbaarheid.
NB: een beetje typisch verhaaltje dit. Veel te gekunsteld en dramatisch. Ik heb het een jaar of twee geleden geschreven en vond het zojuist terug op de computer.
Wist je dat de mensheid guller schenkt aan een goed doel met een reclameposter waarop één vijfjarig derdewereldhummeltje op staat dan aan dat met een poster die een hele schoolklas herbergt? Dat komt omdat men zich beter kan inleven in de emoties van een enkel kind dan in die van een hele kudde. Van het inlevingsvermogen komt medeleven, van medeleven komt ellende. De mensheid eist vertrouwelijkheid, inspraak en een plaats in je persoonlijke ruimte. Een vinger in jouw pap. Ik ben geen derdewereldhummel, liefde en aandacht zijn voor mij niet weggelegd. Emoties zijn voor het plebs en ik kan prima zonder. Ik wil de eigenschap bezitten die alleen Gods wegen toebedeeld is: ondoorgrondelijkheid.
Mijn leven lang heb ik deze levensfilosofie in stand weten te houden en ook de houding van mijn medemens is onveranderd gebleken: men bekeek mij met een mengeling van argwaan en ontzag, een dodelijke combinatie die je tot eenzame hoogte vervloekt. Ik heb nooit hoogtevrees gehad. Minnaars en andere hulpelozen hebben geprobeerd mij op andere gedachten te brengen, maar hun pogingen waren niet anders dan een vruchteloos offensief tegen een onneembaar fort.
Mijn kokend vet bleek echter niet genoeg om jou buiten de deur te houden. Ben je gek geworden? Wat had je in mijn hoofd te zoeken? Het deed er eigenlijk ook niet toe. Zaak was je er weer uit te krijgen, want je had je met scherpe weerhaken achter mijn oren genesteld en leek niet van plan daar ooit nog weg te gaan. Deze situatie vroeg om een operatieve verwijdering.
Het begon vrij gemakkelijk. Zonder enige moeite gooide ik bioscoopkaartjes, kledingstukken, geleende cd's en adresgegevens op mijn imaginaire brandstapel. Hieropvolgend kwamen, met meer pijn in mijn hart, je cadeaus, de weinige foto's die ik bezat, je telefoonnummer. Ik schoonde met een verbeten gezicht mijn huis en hoofd op van jouw aanwezigheid, met op de achtergrond, roodgloeiend, het briefje dat je in mijn broekzak had gestopt vanochtend en dat de ondergang van mijn stoïcisme betekende. Ik trok mijn broek uit en zette de wasmachine aan.
Toen ik een uur later mijn hand in de rechterzak van mijn natte spijkerbroek stak voelde ik de viezige kruimels die overblijven als je een papiertje in je zak laat zitten bij het wassen. Ik peuterde de restanten uit de broekzak. De laatste pluisjes schudde ik uit in de tuin, mijn zak binnenstebuiten gekeerd. De tekst die ooit op het briefje had gestaan was volkomen onleesbaar. Mijn hard verpulverde zoals het papiertje: onherkenbaar gemuteerd lagen de snippers voor me op de grond en werden één voor één door de wind meegenomen, zodat ik nooit, nooit meer kon toegeven aan de menselijke kwetsbaarheid.
NB: een beetje typisch verhaaltje dit. Veel te gekunsteld en dramatisch. Ik heb het een jaar of twee geleden geschreven en vond het zojuist terug op de computer.
vrijdag 5 november 2010
maandag 1 november 2010
donderdag 30 september 2010
Verliefd.
'Ik heb zo'n zin in het weekend!', kwetterde een klasgenootje enthousiast terwijl we onze tassen in een kluisje in Tresoar propten. 'Wat ga je doen?' vroeg ik natuurlijk nieuwsgierig.
'Naar mijn vriendje in Hengelo!'
'Goh, helemaal in Hengelo? Da's nog best een stuk reizen...'
'Ja, nou, valt wel mee hoor, maar we hebben ook afgesproken dat we elkaar niet zo vaak zien, ander wordt het natuurlijk veel te duur enzo.'
'Verstandig.. Maar leuk is anders. Het lijkt me maar ergerlijk om je vriendje maar eens in de zoveel tijd te zien.'
'Maar ik ben niet verliehiefd! Dus ik vind het niet zo erg.'
'Oh, dat scheelt.'
Pardon? Niet verliefd? Ze moet de uitdrukking op mijn gezicht hebben gezien, want ze haastte zich om zich te verdedigen:
'Maar ik vind hem wel heel leuk hoor! En ik hou wel van hem enzo, ik ben gewoon niet verliefd!'
'En hij? Weet hij dat?'
'Hij is ook niet verliefd! Dat maakt het nou juist zo ideaal.'
Waarom ook niet. Best makkelijk, eigenlijk. Wel de lol van het vriendje: gezelligheid, iemand om tegenaan te leunen, een algemeen geaccepteerd lustobject, maar toch niet het gedoe waar verliefdheid bekend om staat. Geen zenuwachtige kriebels in je buik, geen halfuur spastisch voor de spiegel in een poging je wimpers met behulp van allerhande martelwerktuigen in een perfecte hoek van negentig graden te manoeuvreren, geen leuke jurkjes en zachte lipjes en geschoren knietjes. Nog beter: geen paniek als je lief niet binnen nu en een minuut of drie, vier terugsmst, geen gemis en bovenal geen onzekerheid. Ook geen complimentjes en gemeend 'ik hou van je', geen stiekeme kus in een hoekje van de bibliotheek, geen hartstocht. Maar dat is het ontbreken van de verliefdheidssores wel waard. Of niet?
Mis je de romantiek niet? Ik ben een sentimentele kwast natuurlijk, maar met alle respect, wat moet je met een vriendje waar je niet verliefd op bent? Een vriendje dat niet verliefd op jou is? Dat is toch iets voor oude mensen? Iets voor wanhopige dertigers die wel seks willen maar geen geschikte partner kunnen vinden en dus maar genoegen nemen met een substituut, een ander eenzaam tiep waarmee ze de zaterdagmiddag in bed doorbrengen om zo toch aan hun trekken te komen. Zakelijke overeenkomsten, waarin je elkaar misschien best respecteert, maar waarin je je niet speciaal voelt. Dat is toch een van de leukste dingen van het hebben van een vriendje? Het idee hebben dat je dan tot op zekere hoogte misschien tenminste toch niet helemáál volledig vervangbaar bent?
Ik heb dit allemaal maar niet tegen d'r gezegd. Ik heb er ook verder niets mee te maken natuurlijk, maar ik verbaas me er gewoon over. Al weet ik er natuurlijk vrij weinig vanaf. Ik weet alleen dat ik het meestal best amusant vind om verliefd te zijn. Ben ik nou zo ouderwets?
'Naar mijn vriendje in Hengelo!'
'Goh, helemaal in Hengelo? Da's nog best een stuk reizen...'
'Ja, nou, valt wel mee hoor, maar we hebben ook afgesproken dat we elkaar niet zo vaak zien, ander wordt het natuurlijk veel te duur enzo.'
'Verstandig.. Maar leuk is anders. Het lijkt me maar ergerlijk om je vriendje maar eens in de zoveel tijd te zien.'
'Maar ik ben niet verliehiefd! Dus ik vind het niet zo erg.'
'Oh, dat scheelt.'
Pardon? Niet verliefd? Ze moet de uitdrukking op mijn gezicht hebben gezien, want ze haastte zich om zich te verdedigen:
'Maar ik vind hem wel heel leuk hoor! En ik hou wel van hem enzo, ik ben gewoon niet verliefd!'
'En hij? Weet hij dat?'
'Hij is ook niet verliefd! Dat maakt het nou juist zo ideaal.'
Waarom ook niet. Best makkelijk, eigenlijk. Wel de lol van het vriendje: gezelligheid, iemand om tegenaan te leunen, een algemeen geaccepteerd lustobject, maar toch niet het gedoe waar verliefdheid bekend om staat. Geen zenuwachtige kriebels in je buik, geen halfuur spastisch voor de spiegel in een poging je wimpers met behulp van allerhande martelwerktuigen in een perfecte hoek van negentig graden te manoeuvreren, geen leuke jurkjes en zachte lipjes en geschoren knietjes. Nog beter: geen paniek als je lief niet binnen nu en een minuut of drie, vier terugsmst, geen gemis en bovenal geen onzekerheid. Ook geen complimentjes en gemeend 'ik hou van je', geen stiekeme kus in een hoekje van de bibliotheek, geen hartstocht. Maar dat is het ontbreken van de verliefdheidssores wel waard. Of niet?
Mis je de romantiek niet? Ik ben een sentimentele kwast natuurlijk, maar met alle respect, wat moet je met een vriendje waar je niet verliefd op bent? Een vriendje dat niet verliefd op jou is? Dat is toch iets voor oude mensen? Iets voor wanhopige dertigers die wel seks willen maar geen geschikte partner kunnen vinden en dus maar genoegen nemen met een substituut, een ander eenzaam tiep waarmee ze de zaterdagmiddag in bed doorbrengen om zo toch aan hun trekken te komen. Zakelijke overeenkomsten, waarin je elkaar misschien best respecteert, maar waarin je je niet speciaal voelt. Dat is toch een van de leukste dingen van het hebben van een vriendje? Het idee hebben dat je dan tot op zekere hoogte misschien tenminste toch niet helemáál volledig vervangbaar bent?
Ik heb dit allemaal maar niet tegen d'r gezegd. Ik heb er ook verder niets mee te maken natuurlijk, maar ik verbaas me er gewoon over. Al weet ik er natuurlijk vrij weinig vanaf. Ik weet alleen dat ik het meestal best amusant vind om verliefd te zijn. Ben ik nou zo ouderwets?
maandag 26 juli 2010
Afscheid van Ann.
"Nou," zeg je, op een toon van 'dit was het dan'. "Nou," antwoord ik, en frons mijn wenkbrauwen. We kijken elkaar aan en schieten tegelijk in de lach. Een beetje ongemakkelijk sla ik mijn armen om je heen; hoewel ik graag knuffel ben jij zelden mijn slachtoffer, omdat ik weet dat je er niet zo van houdt. Ons zenuwachtige gegiechel om de dramatiek van het moment vervaagt en maakt plaats voor een zacht gesnik en geschokschouder. We laten elkaar los en ik veeg met mijn hand langs mijn ogen. "Tot in februari,' zeg je met een scheef lachje. Februari is gewoon eng ver weg. "Ja, goede jaarwisseling alvast," grinnik ik. Jij haakt dankbaar in: "Prettige kerstdagen!" Ik betreur het feit dat je het sinterklaasfeest moet missen in Zweden en jij wenst me nu al een fijne verjaardag. Dan zijn echter de feestdagen op en worden we weer door onze lach verlaten. Ik stap snel in de auto, bang om nog een keer te beginnen met huilen. Het is werkelijk een eeuwigheid geleden dat ik voor het laatst heb gehuild. De deur klapt dicht en jij heft je arm. Typisch dat ik nu door jou wordt uitgezwaaid, jij bent immers degene die vertrekt. De auto rijdt het erf af en ik knipper met mijn ogen zodat je zichtbaar blijft tot we de hoek om zijn.
Abonneren op:
Reacties (Atom)